Navigation path

Left navigation

Additional tools

Tag ‘vertaalopleiding’

Machinevertaling of de kwelling van Nutella®

Tuesday, July 20th, 2021

Door dr. Jean-Yves Bassole, Hoofd van het Institute of Translators, Interpreters and International Relations (ITIRI), Faculteit Moderne Talen, Universiteit van Straatsburg, Frankrijk.

Vertaald vanuit het Frans naar het Engels door Duncan Miller, Master in Research in Science and Technology Studies, MA in Professional Translation, beëdigd vertaler/tolk bij het Hof van Beroep van Colmar, docent aan het Institute of Translators, Interpreters and International Relations (ITIRI), Faculteit Moderne Talen, Universiteit van Straatsburg, Frankrijk.

(Vertaald vanuit het Engels door Loran Van Eenaeme en gereviseerd door Nawal Aghallaj in het kader van Vertaalbureausimulatie, Master of Arts in het Vertalen, Vrije Universiteit Brussel)

Vertaaldocenten worden steeds vaker geconfronteerd met een bedreigende realiteit die hun lessen dreigt te schaden: machinevertaling. Toegegeven, machinevertaling wordt als zodanig gedoceerd en in vertaalcursussen worden lessen in post-editing gegeven. De verleiding is echter vaak te groot. Sommige studenten kunnen niet anders dan gebruikmaken van allerlei automatische vertaaltools, die vriendelijk ter beschikking worden gesteld door de bedrijven die ze produceren. Wie zou gemakkelijk een pot Nutella afslaan? Laten we eerlijk zijn, iedereen kan die verleiding begrijpen. Wie heeft er nog nooit aan toegegeven?

Eigenlijk is het bezwijken voor die verleiding niet wat ons het meest stoort. Niemand kan het studenten kwalijk nemen dat ze alle beschikbare hulpmiddelen gebruiken. Is dat immers niet wat wij hen aanraden te doen op de dag dat zij onze collega’s worden, als vertalers? We maken ons geen zorgen dat ze die hulpmiddelen als zodanig gebruiken; we maken ons zorgen dat ze die te vroeg zullen gebruiken, zonder eerst de juiste lessen te hebben gevolgd die bedoeld zijn om hen bewust te maken van de voor- en nadelen van die bepaalde hulpmiddelen.

Docenten zouden zich daarom de volgende vraag moeten stellen. Als studenten niet het geduld hebben om te wachten op het juiste moment om de bovengenoemde hulpmiddelen te gebruiken, zou het dan niet verstandiger zijn om onze cursussen anders op te stellen door in een vroeger stadium een inleiding tot die hulpmiddelen te voorzien? De antwoorden variëren naargelang het land, de cultuur en de universiteit. Het antwoord op die vraag hangt ook samen met de inherente structuur van de vertaalwetenschap. In sommige universiteiten wordt vertalen al in het eerste jaar bestudeerd, terwijl men in andere van mening is dat een gedegen taalkundige en culturele kennis vereist is voordat er wordt vertaald.

Dat is het geval voor het Institute of Translators, Interpreters and International Relations (ITIRI), Faculteit Moderne Talen, Universiteit van Straatsburg, waar de vertaalstudies pas beginnen in het eerste jaar van het masterprogramma. Kandidaten worden enkel toegelaten als ze drie jaar universitaire ervaring hebben (in talen, literatuur, rechten of een andere studie), en als ze slagen voor de toelatingstests, waarbij wordt nagegaan of hun taalkundige en culturele achtergrond toereikend is.

Het valt op dat onze opvatting wordt bepaald door een minimumvereiste om het volgende niveau te kunnen bereiken. Onder die omstandigheden is het niet verwonderlijk dat lessen in post-editing alleen worden gedoceerd in het tweede jaar van de masteropleidingen Professioneel Vertalen, Literair Vertalen en Audiovisueel Vertalen en Toegankelijkheid. Voor ons lijkt het duidelijk dat automatische vertaalhulpmiddelen pas echt nuttig kunnen zijn als studenten voldoende getraind zijn in vertalen.

Gezien de houding van de docenten en de eerdergenoemde verleiding van de studenten, is de enige haalbare oplossing de eerstejaars masterstudenten te informeren over de inherente gevaren van automatische vertaalhulpmiddelen. Het is in die geest dat ik een toespraak zal houden op het volgende congres dat door ITIRI wordt georganiseerd, getiteld ROBOTRAD, en is gepland voor het najaar van 2021. Ik zal trachten voor te stellen wat ik onze studenten probeer duidelijk te maken, namelijk dat in het algemeen niemand een virtuoos kan worden zonder eerst muziektheorie te studeren.

Sommige van onze vertaaldocenten geven hun studenten soms een tekst om te vertalen, samen met verschillende ‘vertalingen’ die door automatische vertaalhulpmiddelen werden gegenereerd. Deze zeer pedagogische aanpak, die ik in feite zou willen vergelijken met een soort mijnopruiming, wordt over het algemeen uitgevoerd met teksten die verband houden met het zogenaamd ‘pragmatisch vertalen’. Ik heb daarentegen besloten het experiment uit te voeren met teksten van twintigste-eeuwse auteurs, maar met een voorkeur voor fragmenten die meer op spreektaal zijn gebaseerd.

Zo ben ik erin geslaagd een waaier van moeilijkheden op het gebied van woordenschat, syntaxis en morfologie te selecteren, samen met een paar flitsende geestigheden. Die zinnen of groepen van zinnen werden ingevoerd in vijf vertaalmachines, om vervolgens vertaald te worden naar het Engels. De gekozen methode bestond erin op dezelfde dag en op vrijwel hetzelfde tijdstip een zin in de vijf machines in te voeren. Diezelfde procedure werd tweemaal herhaald, na een periode van ten minste vierentwintig uur, om de stabiliteit van de antwoorden te bevestigen of te ontkrachten. Dezelfde procedure werd uitgevoerd vanuit twee andere werkplekken.

Zonder de bevindingen in detail te bespreken, kwamen onmiddellijk drie belangrijke tendensen naar voren:

– In meerdere gevallen geeft de gegenereerde vertaling geen indruk van stabiliteit: dezelfde zin kan door dezelfde vertaalmachine met een interval van vierentwintig of achtenveertig uur anders worden vertaald.
– De gegenereerde vertalingen vanuit de ene werkplek naar de andere geven evenmin een indruk van stabiliteit.
– De uitdrukkingen met betrekking tot gesproken taal of humor worden zelden geïdentificeerd.

Als voorbeeld zijn hier enkele vertalingen die werden verkregen voor de titel van deze post, die ik bescheiden vertaald zou hebben als ‘Machinevertaling of de kwelling van Nutella’: 

De automatische vertaling of de kwelling van Nutella.

Machinevertaling of de kwelling van Nutella.

Machinevertaling of Nutella-aanvulling.

Machinevertaling of Nutella-foltering.

Wat de voorgestelde vertalingen betreft, kunnen we vaststellen dat er evenveel waarneembare verbeteringen als verbijsterende verslechteringen zijn.

De studenten komen zeer snel tot de conclusie dat zij dergelijke vertalingen niet kunnen vertrouwen. Door het groot aantal oplossingen worden zij zich bewust van de inconsistenties, de verschillen van werkplek tot werkplek en de noodzaak om het zekere voor het onzekere te nemen. Zij beseffen dat die hulpmiddelen, die vrij beschikbaar worden gesteld op het internet, hen niet echt zullen helpen, maar eerder tijdrovende valstrikken zullen blijken.

Zodra zij zich daarvan bewust zijn, slagen de studenten er vaak in de herhaaldelijke foute kunstgrepen te herkennen. Soms slagen ze er zelfs in een verklaring te geven voor bepaalde soorten fouten. Het lijdt geen twijfel dat ze vanaf dat moment klaar zijn om hun opleiding voort te zetten zonder het risico te lopen te worden gelokt door de sirenen van de machinevertaling. Eenmaal ze geslaagd zijn voor dat eerste niveau, zullen ze ook klaar zijn om vol zelfvertrouwen van start te gaan met de lessen over post-editing.

Google Translate

Automatisch vertalen of de kwelling van Nutella®

Vertaaldocenten worden steeds vaker geconfronteerd met een dreigende realiteit die hun lessen dreigt te beïnvloeden: automatische vertaaltools. Natuurlijk wordt dit onderwerp als zodanig onderwezen en voorzien vertaalopleidingen over het algemeen in cursussen na-vertalen. Toch is de verleiding vaak te groot: sommige studenten kunnen niet anders dan gebruik maken van verschillende automatische vertaaltools die hun gratis ter beschikking worden gesteld door de bedrijven die ze hebben ontwikkeld. Wie zou zonder blikken of blozen afstand doen van een pot Nutella? Laten we er geen doekjes om winden, we kunnen allemaal begrip opbrengen voor deze verleiding – wie is er nooit voor bezweken?

Wat ons het meest stoort is niet dat de verleiding zich voordoet – niemand kan zijn leerlingen verwijten dat zij gebruik maken van alle middelen die hun ter beschikking staan. Is dat uiteindelijk niet wat we van hen zullen vragen op de dag dat ze onze collega’s in het beroep van vertaler worden? Nee, wat ons stoort is niet dat ze het doen, maar dat ze het te vroeg doen, zonder eerst de juiste cursussen te hebben gevolgd, die hen waarschijnlijk bewust zullen maken van de sterke en zwakke punten van de aangeboden instrumenten.

Aan de kant van de docenten rijst dan de vraag: als studenten niet het geduld hebben om te wachten op het juiste moment om de bovengenoemde instrumenten te gebruiken, zou het dan niet verstandig zijn om onze cursussen te heroverwegen door eerder contact met deze instrumenten te integreren? De antwoorden variëren per land, cultuur en instelling. Het antwoord op deze vraag hangt ook samen met de structuur zelf van de vertaalwetenschap: sommige universitaire stelsels zijn van mening dat men vanaf het eerste jaar van het licentiaat vertalen kan beginnen, andere zijn van mening dat men eerst een stevige linguïstische en culturele basis moet hebben verworven voordat men met de vertaalpraktijk kan beginnen.

Dit is het geval met het Instituut voor Vertalers, Tolken en Internationale Betrekkingen (ITIRI), Faculteit Talen van de Universiteit van Straatsburg: de vertaalopleiding begint in het eerste jaar van de master, waarbij het toelatingsbewijs bestaat uit, enerzijds, drie jaar universitaire studies (in talen, menswetenschappen, rechten of een ander vakgebied) en, anderzijds, het slagen voor toelatingsexamens die het taalkundig niveau en de culturele achtergrond van de kandidaat moeten garanderen.

Zoals we kunnen zien, is onze opvatting die van een minimum dat vereist is om naar het volgende niveau te gaan. Onder deze voorwaarden mag het ons niet verbazen dat wij in het tweede jaar van de masteropleiding een post-editorale cursus voor professionele vertaling, literaire vertaling of audio-visuele vertaling en toegankelijkheid handhaven. Het lijkt ons duidelijk dat automatische vertaaltools pas echt van nut kunnen zijn als de student al voldoende getraind is in vertalen.

Geconfronteerd met deze principiële keuze van de opleiders en de hierboven vermelde verleiding van de studenten, bestaat de enige haalbare oplossing erin de eerstejaars masterstudenten te informeren over de gevaren die inherent zijn aan automatische vertaaltools. Het is in deze geest dat ik een paper zal presenteren op het volgende door het ITIRI georganiseerde congres, getiteld ROBOTRAD, dat gepland is voor het najaar van 2021. Ik zal trachten onze studenten duidelijk te maken wat ik probeer aan te tonen, namelijk dat als algemene regel geldt dat niemand virtuoos wordt zonder muziektheorie te hebben gestudeerd.

Sommige van mijn collega’s die vertalers zijn, geven hun studenten soms een tekst om te vertalen, samen met verschillende “vertalingen” die door automatische vertaaltools worden geleverd. Deze zeer leerzame operatie, die ik zou willen beschouwen als een soort ontmijning, wordt over het algemeen uitgevoerd op teksten die betrekking hebben op wat men pragmatisch vertalen is gaan noemen. Zelf wilde ik experimenteren met teksten van auteurs uit de 20e eeuw, maar met een voorkeur voor passages die meer betrekking hebben op de spreektaal.

Zo kon ik een palet van moeilijkheden, woordenschat, syntaxis of morfologie selecteren, zonder een of twee wit te vergeten. Deze zinnen of groepen van zinnen werden aan vijf machinevertalers voorgelegd voor vertaling in het Engels. De toegepaste methode bestond erin op dezelfde dag, praktisch op hetzelfde tijdstip, een zin aan de vijf machines voor te leggen. Deze zelfde procedure werd tweemaal herhaald, na ten minste één dag, met het doel de stabiliteit van de antwoorden al dan niet te bevestigen. Dezelfde procedure werd vanaf twee andere werkstations uitgevoerd.

Zonder hier in detail op de bevindingen in te gaan, kwamen onmiddellijk drie hoofdlijnen naar voren:

in veel gevallen vertoont de voorgestelde vertaling geen enkel stabiliteitskarakter: dezelfde zin kan 24 of 48 uur na elkaar op een andere manier worden vertaald door dezelfde vertaalmachine; de vertalingen die van het ene werkstation naar het andere worden aangeboden zijn evenmin stabiel; uitdrukkingen met betrekking tot spreektaal of humor worden vaak niet herkend.

– in veel gevallen vertoont de voorgestelde vertaling geen enkel stabiliteitskarakter: dezelfde zin kan met een tussenpoos van 24 of 48 uur door dezelfde vertaalmachine op een andere manier worden vertaald;
– de vertalingen die van het ene werkstation naar het andere worden aangeboden, zijn evenmin stabiel;
– uitdrukkingen met betrekking tot spreektaal of humor worden vaak niet herkend.

Ter illustratie, hier zijn de vertalingen verkregen voor de titel van deze post, die ik nederig vertaald ” Machine vertaling of de Nutella Orde “:

De automatische vertaling of de kwelling van Nutella.

Machinevertaling of de kwelling van Nutella.

Machinevertaling of Nutella-aanvulling.

Machinevertaling of Nutella-foltering. 

Wat de voorgestelde vertalingen betreft, zijn er evenveel merkbare verbeteringen als verbijsterende verslechteringen.

Al snel komen de studenten tot de conclusie dat ze deze vertalingen niet kunnen vertrouwen. Zij ontdekken, door de veelheid van oplossingen, het gebrek aan stabiliteit van de antwoorden en de veranderlijkheid ervan van het ene werkstation tot het andere, de noodzaak om op hun hoede te zijn, om te twijfelen en te overwegen dat deze hulpmiddelen, die gratis beschikbaar worden gesteld op Internet, hen waarschijnlijk niet zullen helpen, maar eerder een val kunnen vormen waardoor zij meer tijd zullen verliezen dan besparen.

Als de leerlingen dit eenmaal begrijpen, slagen zij er vaak in de verkeerde afslagen te identificeren die herhaald worden; soms slagen zij er zelfs in een verklaring te geven voor bepaalde soorten tekortkomingen. Het lijdt dan ook geen twijfel dat zij klaar zijn om hun opleiding voort te zetten zonder het risico te lopen te worden verleid door de sirenen van de automatische vertaling; zij zullen ook klaar zijn om, wanneer deze eerste cyclus is voltooid, de cursussen na de publicatie met vertrouwen tegemoet te zien.

DeepL (gratis versie)

Machinevertaling of de marteling van Nutella®

Vertaaldocenten worden steeds vaker geconfronteerd met een bedreigende realiteit, die hun lessen waarschijnlijk zal beïnvloeden: automatische vertaaltools. Toegegeven, dit onderwerp wordt als zodanig onderwezen en vertaalcurricula omvatten gewoonlijk cursussen over post-editing. De verleiding is echter vaak te groot: sommige studenten kunnen niet anders dan hun toevlucht nemen tot verschillende automatische vertaaltools die hun gratis ter beschikking worden gesteld door de bedrijven die ze hebben ontwikkeld. Wie zou zonder blikken of blozen afstand doen van een pot Nutella? Om het maar ronduit te zeggen: we kunnen deze verleiding allemaal begrijpen – wie is er nooit aan bezweken? 

Wat ons het meest stoort, is niet dat de verleiding zich daadwerkelijk voordoet – niemand kan zijn leerlingen verwijten dat zij alle instrumenten gebruiken waarover zij beschikken. Is dat niet wat we hen adviseren te doen als ze onze collega’s in het vertaalvak worden? Nee, wat ons stoort is niet dat ze het doen, maar dat ze het te vroeg doen, zonder eerst de juiste cursussen te hebben gevolgd, die hen bewust kunnen maken van de sterke en zwakke punten van de aangeboden instrumenten.

Aan de kant van de leraren rijst dan de vraag: als leerlingen niet het geduld hebben om te wachten op het juiste moment om de bovengenoemde instrumenten te gebruiken, zou het dan niet verstandig zijn om onze leerplannen te herzien door eerder contact met deze instrumenten te integreren? De antwoorden variëren van land tot land, van cultuur tot cultuur en van instelling tot instelling. Het antwoord op deze vraag hangt ook samen met de structuur van de vertaalwetenschap: sommige universiteiten zijn van mening dat men al in het eerste jaar van de bachelor met vertaalstudies kan beginnen, terwijl andere van mening zijn dat men eerst een solide linguïstische en culturele basis moet hebben verworven voordat men met vertaalstudies kan beginnen.

Dit is het geval aan het Instituut voor Vertalers, Tolken en Internationale Betrekkingen (ITIRI) van de Faculteit Talen van de Universiteit van Straatsburg: de vertaalopleiding begint in het eerste jaar van het masterdiploma, waarbij het toelatingsbewijs enerzijds bestaat uit drie jaar universitaire studies (talen, literatuur, rechten of een ander vakgebied) en anderzijds uit het met succes afleggen van toelatingsexamens om het taalkundige niveau en de culturele achtergrond van de kandidaat te waarborgen.

Zoals u ziet, is ons concept dat van een minimumvereiste om naar het volgende niveau te gaan. In deze omstandigheden hoeft het niet te verbazen dat wij de post-editiecursussen handhaven in het tweede jaar van de masteropleiding Professioneel vertalen, Literair vertalen of Audiovisuele vertaling en toegankelijkheid. Het lijkt ons duidelijk dat automatische vertaaltools pas echt van nut kunnen zijn als de student al voldoende getraind is in vertalen.

Geconfronteerd met deze principiële keuze van de docenten en de hierboven vermelde verleiding van de studenten, bestaat de enige haalbare oplossing erin de eerstejaars masterstudenten te informeren over de gevaren die inherent zijn aan automatische vertaaltools. Het is in deze geest dat ik een paper zal presenteren op het volgende door het ITIRI georganiseerde congres, getiteld ROBOTRAD, dat gepland is voor het najaar van 2021. Daarin zal ik proberen uit te leggen wat ik onze studenten probeer te laten zien, namelijk dat in het algemeen niemand virtuoos wordt zonder solfège te hebben gestudeerd.

Sommige van mijn collega’s die vertaalonderricht geven, geven hun studenten soms een tekst die vertaald moet worden, vergezeld van verschillende “vertalingen” die door automatische vertaaltools worden aangeboden. Deze zeer pedagogische operatie, die ik zou willen omschrijven als een soort mijnopruiming, wordt over het algemeen uitgevoerd op teksten die vallen onder het toepassingsgebied van wat men “pragmatisch vertalen” noemt. Zelf wilde ik experimenteren met teksten van auteurs uit de 20e eeuw, maar met een voorkeur voor passages die meer betrekking hebben op de spreektaal.

Zo kon ik een waaier van moeilijkheden, woordenschat, syntaxis of morfologie selecteren, en niet te vergeten een of twee geestige trekjes. Deze zinnen of groepen van zinnen werden aan vijf machinevertalers voorgelegd voor vertaling in het Engels. De gebruikte methode bestond erin op dezelfde dag, op nagenoeg hetzelfde tijdstip, één zin aan de vijf machines voor te leggen. Deze zelfde procedure werd tweemaal herhaald, na een vertraging van ten minste één dag, met het doel de stabiliteit van de antwoorden al dan niet te bevestigen. Dezelfde procedure werd uitgevoerd vanuit twee andere werkplekken.

Zonder hier op de details van de bevindingen in te gaan, kwamen onmiddellijk drie grote lijnen naar voren

– in veel gevallen is de voorgestelde vertaling niet stabiel: dezelfde zin kan met een tussenpoos van 24 of 48 uur door dezelfde vertaalmachine anders worden vertaald;
– de vertalingen die van het ene werkstation naar het andere worden aangeboden, zijn evenmin stabiel;
– uitdrukkingen in de gesproken taal worden vaak niet herkend.

Bij wijze van illustratie, hier zijn de vertalingen die voor de titel van deze post worden verkregen, die ik zou hebben nederig vertaald “Machine Vertaling of de Orde van Nutella”:

De automatische vertaling of de kwelling van Nutella.

Machinevertaling of de kwelling van Nutella.

Machinevertaling of Nutella-aanvulling.

Machinevertaling of Nutella-foltering.

Wat de voorgestelde vertalingen betreft, zijn er evenveel belangrijke verbeteringen als verbijsterende verslechteringen

Al snel komen studenten tot de conclusie dat ze niet op deze vertalingen kunnen vertrouwen. Zij ontdekken, door de veelheid van oplossingen, het gebrek aan stabiliteit van de antwoorden en de veranderlijkheid ervan van werkstation tot werkstation, de noodzaak om op hun hoede te zijn, om te twijfelen en te overwegen dat deze hulpmiddelen, die hun gratis ter beschikking worden gesteld op Internet, hen niet kunnen helpen maar eerder een val kunnen vormen waardoor zij meer tijd verliezen dan winnen.

Als de leerlingen dit eenmaal begrijpen, slagen zij er vaak in om herhaaldelijk verkeerde afslagen aan te wijzen; soms slagen zij er zelfs in om een verklaring te geven voor bepaalde soorten handicaps. Het lijdt geen twijfel dat zij klaar zijn om hun opleiding voort te zetten zonder het risico te lopen te worden verleid door de sirenen van het automatisch vertalen; zij zullen ook klaar zijn om, wanneer deze eerste cyclus eenmaal is voltooid, de cursussen voor de nabewerking rustig aan te pakken.

De verwerving van meerdere competenties via IATE-terminologieprojecten

Tuesday, July 20th, 2021

Door Elpida Loupaki, assistent-professor beschrijvende vertaalwetenschap en terminologie aan de Aristoteles-Universiteit van Thessaloniki (GR), die terminologie doceert aan het Joint Postgraduate Studies Program “Conference Interpreting and Translation”

(Vertaald vanuit het Engels door Alex Anna Dechilly en gereviseerd door Loran Van Eenaeme in het kader van Vertaalbureausimulatie, Master of Arts in het Vertalen, Vrije Universiteit Brussel)

Vanaf 2013 maken onze masterstudenten kennis met terminologiebeheer via een speciale cursus die tijdens hun derde semester wordt gegeven.

Na afloop van deze cursus, waarin zowel theoretische als praktische aspecten van terminologiebeheer in vertaling worden gecombineerd, kunnen masterstudenten kiezen voor een terminologieproject als masterproef. Gedurende deze jaren kreeg de overgrote meerderheid van onze studenten de gelegenheid om samen te werken met de Terminologie Coördinatie Unit van het Europees Parlement (TermCoord), om zo bij te dragen aan de IATE-termbase met goed gedocumenteerde en betrouwbare termen in de Griekse taal. [i] Deze terminologieprojecten omvatten verschillende domeinen zoals:

Ons doel vandaag is om de voordelen van dergelijke EU-projecten voor EMT-masterstudenten te demonstreren bij de verwerving van meerdere competenties – niet alleen met betrekking tot terminologie – zoals zal worden uitgelegd. Daartoe zullen wij in het kort de methodologie van deze projecten uiteenzetten en vervolgens de competenties bespreken die bij dit leerproces aan bod komen.

Een terminologieproject begint met het voorstel van TermCoord voor een domein waarvoor gedocumenteerde en betrouwbare terminologie nodig is in de Griekse IATE. Vervolgens wordt een aantal authentieke tekstuele bronnen geselecteerd en worden verschillende corpora gecreëerd en verwerkt met behulp van Sketch Engine. Nadat de termextractie voltooid is, wordt voor elke term een degelijke definitie en context in zowel het Engels als het Grieks gegeven. Verder worden ook de conceptuele relaties tussen de termen onderzocht. Ten slotte worden de resultaten besproken met deskundigen op dit gebied en door hen geverifieerd.

Een standaardworkflow van een terminologieproject wordt hier afgebeeld in figuur 1:

Volgens het EMT-competentiekader moet het vertaalonderwijs en een vertaalopleiding op masterniveau de studenten competenties doen verwerven op vijf hoofdgebieden, waaronder 1) taal en cultuur; 2) vertaling; 3) technologie; 4) persoonlijk en interpersoonlijk; 5) dienstverlening. Zoals uitgelegd in het kader (2017, p. 5), “binnen elk van deze gebieden wordt een aantal vaardigheden essentieel of belangrijk geacht in het kader van een masteropleiding vertalen. […] de vijf gedefinieerde gebieden moeten worden beschouwd als complementair en even belangrijk in het voorzien van de vertaling, wat het uiteindelijke doel is van het vertaalproces.”

Als we de competenties die onze masterstudenten tijdens het IATE-terminologieproject verwierven, vergelijken met de competenties die in dit referentiedocument worden beschreven, zien we dat de meerderheid van de gebieden is inbegrepen. Deze projecten stimuleren vooral de ontwikkeling van de volgende vaardigheden, zoals die in het kader zijn opgenomen:

  • Het evalueren van de relevantie en betrouwbaarheid van informatiebronnen met betrekking tot de vertaalbehoeften [hier terminologie].
  • Het verwerven, ontwikkelen en gebruiken van thematische en domeinspecifieke kennis die relevant is voor de vertaalbehoeften [hier terminologie] (beheersen van begrippenstelsels, redeneermethoden, presentatienormen, terminologie en fraseologie, gespecialiseerde bronnen, enz.)
  • Het begrijpen en toepassen van strategieën voor kwaliteitscontrole, met gebruik van de juiste tools en technieken.
  • Het gebruikmaken van de meest relevante IT-toepassingen, waaronder alle kantoorsoftware, en zich snel aanpassen aan nieuwe tools en IT-middelen.
  • Het effectief gebruikmaken van zoekmachines, corpusgebaseerde tools, tekstanalysetools […].
  • Het plannen en beheren van tijd, stress en werklast.
  • Het naleven van deadlines, instructies en specificaties.
  • Het werken in teamverband, waar nodig ook in virtuele, multiculturele en meertalige omgevingen, met gebruik van de huidige communicatietechnologieën.

Bovendien beschouwen wij de samenwerking van onze studenten met deskundigen uit verschillende gespecialiseerde domeinen als bijzonder nuttig, omdat zij zo netwerktechnieken en interviewvaardigheden verwerven en voorkennis op de betrokken gebieden verwerven.

Ten slotte is een zeer belangrijke troef in dit onderwijsproces het partnerschap met een EU-instelling als TermCoord, die de studenten een meertalige en multiculturele werkomgeving, een kwalitatief hoogstaand kader en een degelijke begeleiding door ervaren terminologen biedt.

Als conclusie kunnen we stellen dat dit soort activiteiten zowel voor de studenten als voor de betrokken docenten een grote uitdaging vormt. Bovendien kunnen de voordelen opwegen tegen de eventuele nadelen van de organisatie en coördinatie van dergelijke projecten. In onze steeds veranderende wereld zijn wij van mening dat real-life projecten studenten helpen zich beter te integreren in de vertaalmarkt, hen leren in teams te werken en hen de kans bieden praktijkervaring op te doen.


[i] Voor meer informatie, zie: https://termcoord.eu/cooperation-with-universities-on-terminology-projects/

Verbetering van de overgang van het klaslokaal naar de werkplek: het vinden van een middenweg via een stageprogramma

Tuesday, July 20th, 2021

Door dr. Cristina Álvaro Aranda, voormalig student in de MA in Intercultural Communication, Interpreting and Translation in Public Services, Universiteit van Alcalá, Spanje

(Vertaald vanuit het Engels door Alex Anna Dechilly en gereviseerd door Loran Van Eenaeme in het kader van Vertaalbureausimulatie, Master of Arts in het Vertalen, Vrije Universiteit Brussel)

De voltooiing van onze universitaire studies betekent het einde van een fase, maar opent ook deuren die kunnen leiden tot een nieuwe horizon van zorgen en vragen over waar onze professionele carrière ons heen brengt. Heb ik genoeg geleerd tijdens mijn universitaire studie? Ben ik al klaar voor de arbeidsmarkt? Jaren later denk ik vanuit een iets andere invalshoek over deze kwesties na. Met deze vragen word ik niet langer geconfronteerd als pas afgestudeerde student van de Europese Master in Interculturele Communicatie, Tolken en Vertalen in Openbare Diensten (Master CITISP) aan de Universiteit van Alcalá (Spanje), maar als een van de medewerkers ervan. Daarom gaat mijn belangstelling nu uit naar de vraag hoe universiteiten de integratie van studenten in hun toekomstige jobs kunnen vergemakkelijken.

De arbeidsmarkt voor vertalers en tolken in de openbare dienstverlening evolueert mee met de economische, politieke en sociale realiteit waarin zij zich bevindt, wat onvermijdelijk vraagt om veelzijdige en multidisciplinaire professionals met overdraagbare vaardigheden en een groot vermogen om zich aan steeds veranderende contexten aan te passen. Het meest recente bewijs voor deze stelling is te vinden in de COVID-19-gezondheidscrisis, die alle sectoren van onze wereld zoals wij die kennen tot het uiterste heeft gedreven. Universiteiten, als thuishaven van kennis, moeten inspelen op maatschappelijke behoeften. Het ontwerpen van opleidings- en onderwijsprogramma’s moet dus stroken met de eisen en vereisten van de industrie die de toekomstige afgestudeerden in dienst zal nemen, zowel op lokaal als internationaal niveau. De overgang van het klaslokaal naar de werkplek kan echter ingewikkeld zijn als er verschillen bestaan tussen het profiel van de leerlingen bij het verlaten van het klaslokaal en dat van de beroepssector. Een van de eerste manieren waarop studenten met de “echte wereld” in aanraking kunnen komen, is via universitaire stageprogramma’s waar zij de kennis die zij tijdens hun opleiding hebben opgedaan, toepassen op verschillende beroepsactiviteiten.

De CITISP-master van de Universiteit van Alcalá wordt al meer dan tien jaar onderwezen om toekomstige vertalers en tolken op administratief, juridisch, gezondheids- en onderwijsgebied op te leiden, die zullen fungeren als interlinguïstische en interculturele verbindingspersonen tussen openbare dienstverleners en -gebruikers. Om hun opleiding af te ronden, moeten de studenten stage lopen in verschillende centra en instellingen (T&I-bedrijven, NGO’s, universiteiten, ziekenhuizen, rechtbanken, ziekenhuizen of scholen), waar zij de gelegenheid krijgen zich geleidelijk vertrouwd te maken met de interne werking van de gastentiteiten en hun vaardigheden te testen, waarbij zij steeds worden bijgestaan door een mentor die hun activiteit begeleidt. Stages, die een raakvlak tussen universiteit en bedrijfsleven vormen, zijn een ideaal punt om een visie te bevorderen waarin opleiding en arbeidsgeschiktheid elkaar kunnen aanvullen.

In die zin spelen erkende stagecentra een fundamentele rol in de onderwijsfasen. Zij kunnen de universiteiten van informatie voorzien over hun eisen en verwachtingen. Op hun beurt kunnen de universitaire curricula, gestuurd door de voornaamste belanghebbenden, bijgewerkte kennis opnemen in de programma’s voor een bachelor, master of permanente educatie, waardoor de studenten een profiel kunnen ontwikkelen dat aansluit bij de werkcontext. Het onderzoeken van de visie van potentiële werkgevers kan gebeuren door middel van enquêtes en infodagen. Maar met de vooruitgang van de sociale netwerken zou een online platform een betere optie kunnen zijn (of, waarom niet, een Tinder-voor-jobs app?). Elk centrum zou een informatieblad invullen met de basiskenmerken van hun werkactiviteit, de criteria die zij hanteren bij de aanwerving of wat zij in hun werknemers zoeken. Door deze punten duidelijk te definiëren zou de industrie afgestudeerden kunnen verwelkomen die een opleiding hebben genoten die beantwoordt aan realistische beroepskenmerken en -behoeften. Zo vereist de populariteit van het tolken op afstand of de behoefte aan basisbegrip op het gebied van tekst- en beeldbewerking en lay-out in de vertaalsector een specifieke opleiding, die in de masteropleiding CITISP is geïmplementeerd met optie tot aanvullende workshops voor studenten. Natuurlijk zijn universiteiten en werkgevers niet de enige stemmen die moeten worden gehoord. Ongeacht het universitaire programma dragen de studenten van de vorige edities zeer waardevolle lessen met zich mee over de competenties en vaardigheden die zij tijdens hun opleiding in de les hebben opgedaan en die van pas kwamen in hun stages en huidige jobs.

Kortom, stageprogramma’s vormen een belangrijke fase in de overgang van het klaslokaal naar de werkplek waarmee alle studenten onherroepelijk te maken zullen krijgen. Als middenweg tussen theorie en praktijk bevinden wij ons in een “limbo” die benut moet worden om enerzijds realistische en geactualiseerde kennis te integreren in opleidingsprogramma’s die beantwoorden aan het profiel van de werkgevers en anderzijds bekwame en voorbereide studenten op te leiden die weten hoe zij zich een weg moeten banen door de praktische moeilijkheden van de arbeidsmarkt en haar behoeften. Het is onze verantwoordelijkheid om ruimtes te creëren waar alle partijen die betrokken zijn bij het vertalen en tolken (in openbare diensten) gehoord kunnen worden. Werkgevers moeten de tekortkomingen van de studenten die zij ontvangen identificeren, terwijl de universiteiten de studenten niet alleen moeten begeleiden bij hun ervaring, maar ook hun suggesties moeten verwerken om toekomstige edities te verbeteren. De synergie van al deze stemmen zou wel eens precies de manier kunnen zijn om ons werk te verbeteren.

Mijn afstandsleren

Tuesday, July 20th, 2021

Door Reka Eszenyi, EMT co-vertegenwoordiger Departement voor Vertalen en Tolken, Eötvös Lóránd Universiteit, Boedapest (ELTE)

(Vertaald vanuit het Engels door Alex Anna Dechilly en gereviseerd door Loran Van Eenaeme in het kader van Vertaalbureausimulatie, Master of Arts in het Vertalen, Vrije Universiteit Brussel)

De titel hierboven is ontleend aan het boek dat onze afdeling onlangs publiceerde over de lessen die wij hebben geleerd tijdens het voorjaarssemester van 2020. Wij bieden MA-cursussen vertalen (EMT) en tolken, conferentietolken (EMCI), audiovisueel vertalen en cursussen afstandsonderwijs in vertalen, revisie en terminologie aan.

De omstandigheden voor cursussen die normaliter de aanwezigheid van studenten en docenten vereisten, zijn in maart 2020 radicaal veranderd. Wij realiseerden ons dat dit het nieuwe normaal was in onze klaslokalen, althans voor de onvoorspelbare, maar hopelijk slechts nabije toekomst. We gingen verder met lesgeven en leren, en in deze buitengewone periode leerden we veel nieuwe vaardigheden, trucs en lessen. En wij bleven onszelf en onze studenten vragen stellen over hoe afstandsonderwijs moet worden gegeven in cursussen waar persoonlijke aanwezigheid noodzakelijk is en gewaardeerd wordt. Wat is de optimale hoeveelheid taken die de studenten op het vereiste competentieniveau brengt en nog steeds optimaal is als werkbelasting voor de tutoren? Wat moet de instructiewijze zijn? Synchroon, asynchroon of een combinatie van die twee? Welk(e) platform(en) moet(en) worden gebruikt? Hoe moeten examens worden georganiseerd zodat ze studenten op een geldige, eerlijke manier testen en alle deelnemers gelijke kansen bieden? En hoe passen onze keuzes en voorkeuren in het institutionele kader van de universiteit?

Deze vragen en een aantal antwoorden daarop vormden de ruggengraat van een studiebundel die wij eind 2020 publiceerden. De onderwerpen gingen onder meer over klaslokalen, platformen en examens, vertaler, audio-visueel vertaler, tolk en ook doctoraatsopleiding. Een van onze auteurs, Szilvia Kovalik-Deák, beschrijft de verschuiving van aanwezigheid naar online als volgt:

De klas stroomde vol met studenten. Iedereen praatte op hetzelfde moment, een routine voor de les. Iemand kwam naar me toe en informeerde naar een vertaalprobleem. Het lokaal bruiste zoals gewoonlijk. Toen wendde ik mij tot mijn leerlingen en stelde dezelfde vraag die ik hen altijd stelde, namelijk hoe zij zich voelden op die mooie lentedag. We praatten in het Frans, onze gemeenschappelijke taal voor het werk. Ik stelde elk lid een individuele vraag, wat het signaal was om hun aandacht op de les te richten. Hiermee begon het college gebaseerd op interacties tussen docent en student, student en student. (2020:6)

Het scherm vult zich met gezichten. We kletsen een paar minuten voor de les, zoals gewoonlijk. De leerlingen spreken niet tegelijkertijd, maar iedereen krijgt de kans om een paar woorden te zeggen. Ik zie de kat van een van mijn studenten zich lui uittrekken en van het bureau springen. Bence is weer vergeten zijn microfoon aan te zetten, dus ik herinner hem eraan dat te doen. Dan, zoals altijd, wend ik me tot mijn leerlingen en vraag ik hoe zij zich voelen op deze mooie lentedag. We praten in het Frans, onze gemeenschappelijke taal voor het werk. Ik stel elk lid een individuele vraag, wat het signaal was om hun aandacht op de les te richten. Daarmee begint het college gebaseerd op interacties tussen docent en student, student en student. Een beetje anders, maar toch, bijna zoals gewoonlijk… (2020:16).

Sommige collega’s stelden vragenlijsten op om na te gaan hoe nuttig de tools waren die zij in de cursus gebruikten om het gebrek aan persoonlijk, aanwezigheidscontact, zoals fora, of opnames te compenseren, terwijl anderen artificiële intelligentie gebruikten om de vooruitgang van de studenten te toetsen. Wij hebben geleerd dat cursussen in ondertiteling, vertaalprojecten of conferentietolken allemaal online kunnen worden gegeven, op een aanvaardbaar niveau. Ik weet niet zeker of dit het nieuwe normaal aan het worden is, maar in elk geval hadden al onze online pogingen en inspanningen elementen die we zullen behouden zodra we naar onze echte klaslokalen terugkeren. Daartoe behoren de enorme hoeveelheid taken en opdrachten die niet worden afgedrukt of per e-mail worden verzonden, maar worden geüpload naar leermanagementsystemen en geheugenschijven, de nieuwe platformen en toepassingen die we leerden gebruiken en die een succesvolle aanvulling kunnen vormen op de klassikale communicatie, het gebruik van artificiële intelligentie om taken toe te wijzen en te corrigeren die zonder menselijke hulp kunnen worden uitgevoerd, en ten slotte de enorme flexibiliteit en motivatie van zowel de studenten als de docenten die onze cursussen in deze buitengewone tijden deden en doen werken.

Het slotartikel in het boek laat de stem van de studenten horen. Door open vragen te beantwoorden, beschrijven zij hun ervaringen van het tweede semester van 2020.

Ik denk dat we het beste uit deze situatie hebben weten te halen. Dus, high-five aan iedereen!!! :* (Robin, 2020:189)

Ons boek is eind 2020 in het Hongaars verschenen en zal naar verwachting in mei 2021 in het Engels verschijnen.

Tags: afstandsleren, afstandsonderwijs, vertaalopleiding

Categories

EMT map 2019-2024

EMT map