Navigation path

Left navigation

Additional tools

Tag ‘vertaling’

Vertaling en toegankelijkheid: een combinatie voor meer inclusie

Wednesday, June 22nd, 2022

Geschreven door Silvia Toribio Camuñas en Antonio Hermán Carvajal (huidige studenten van de Master in Professionele Vertaling, Universiteit van Granada, Spanje). (Vertaald vanuit het Engels door Laura Vetri en gereviseerd door Dara Uzueva in het kader van Vertaalbureausimulatie, Master of Arts in het Vertalen, Vrije Universiteit Brussel)

Toegankelijkheid houdt in dat een product of dienst met betrekking tot om het even welk aspect van het menselijk leven door iedereen kan worden gebruikt, ongeacht hun behoeften. Vanuit het gebied van vertalen en tolken is een theoretische en toegepaste onderzoekslijn ontwikkeld over de analyse, beschrijving en praktijk van toegankelijkheid, die een breed scala aan modaliteiten van intersemiotische vertaling bevat, zowel inter- als intralinguïstisch. Deze onderzoekslijn heeft een grote maatschappelijke impact, omdat het tot doel heeft de toegang tot kennis en cultuur te garanderen. Dat zijn namelijk universele rechten die door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties zijn erkend in het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap van 2006. Toegankelijkheid draagt echter niet alleen bij aan het bereiken van grondrechten voor mensen met een handicap. Tegenwoordig komt het bijvoorbeeld steeds vaker voor dat mensen zonder enige vorm van slechthorendheid kiezen voor de optie van ondertiteling voor doven en slechthorenden (SDH) aangeboden door streamingdiensten in contexten of plaatsen waar het praktisch onmogelijk is om te genieten van het geluid van een audiovisueel product. Op administratief en juridisch vlak en in musea, om er maar een paar te noemen, is het voordeel van gemakkelijk leesbare (easy-to-read of E2R) teksten, waarvan de inhoud anders ontoegankelijk zou zijn voor het lekenpubliek, onbetwistbaar. Deze voorbeelden laten zien hoe toegankelijkheid het leven van de hele bevolking, en niet alleen van minderheidsgroepen, enorm verbetert.

Toegankelijkheid is een doorlopende studielijn geweest voor verschillende onderzoekers met betrekking tot de Master in Professionele Vertaling aan de Universiteit van Granada, velen van hen zijn leden van de TRACCE-onderzoeksgroep (Vertaling en Toegankelijkheid, HUM770) of frequente medewerkers, evenals enkele leden van de LexiCon-onderzoeksgroep (Contrastieve Lexicografie: Toepassingen voor vertaling, HUM122). In hun baanbrekende onderzoekswerken hebben ze zich gericht op de toegang tot kennis voor mensen met een sensorische handicap, het bestuderen van audiodescriptie voor blinden en slechtzienden, ondertitels voor doven en slechthorenden (ODS) en gebarentolken. Vooral de eerste twee genoemde modaliteiten stellen andere gebruikers dan die van de primaire doelgroepen in staat om meer van audiovisuele producten te genieten. Bijvoorbeeld, en naast de reeds gegeven voorbeelden, kunnen ODS zeer nuttig zijn voor buitenlanders die een nieuwe taal leren of voor kinderen die leren lezen. Meer recent heeft hun onderzoekslijn zich ook gericht op E2R, waarvan de primaire gebruikers mensen met cognitieve diversiteit en problemen met begrijpend lezen, ouderen, immigranten, kinderen en adolescenten zijn.

De uitgebreide ervaring en kennis van toegankelijkheid van al deze onderzoekers speelt een belangrijke rol in de syllabi van cursussen binnen de specialisatie audiovisuele vertaling en toegankelijkheid van de masteropleiding, zoals vertaling en toegankelijkheid of ondertiteling. Het transversale karakter van deze onderzoekslijn, die verband houdt met corpuslinguïstiek, terminologie en in het algemeen met het gebied van vertaaltechnologieën, geeft het echter een zekere bekendheid in andere kern- en specifieke cursussen buiten het specialisme. In cursussen zoals de praktijklessen van Wetenschappelijk-Technisch Vertalen worden studenten bijvoorbeeld opgeleid om gespecialiseerde teksten te vertalen voor groepen met speciale behoeften door middel van de productie van E2R-teksten. Deze situatie stelt studenten in staat om basiskennis te verwerven van de verschillende soorten toegankelijke vertalingen en om de relevantie, transcendentie en sociale impact ervan te herkennen tijdens de masteropleiding. De aanwezigheid van baanbrekende onderzoekers op het gebied van toegankelijkheid wordt aangevuld door de samenwerking van bedrijven en verenigingen die op dit gebied werken, zoals Kaleidoscope Access, die studenten tijdens hun stages ontvangen en hun deelname aan professionele toegankelijkheidsprojecten vergemakkelijken.

Een voorbeeld van de laatste initiatieven in de museale context was het audio-beschrijvende bezoek voor visueel gehandicapten aan het Archeologisch Museum van Granada, georganiseerd door de Spaanse Nationale Blindenorganisatie (ONCE) en de onderzoeksgroep TRACCE, in samenwerking met Kaleidoscope Access.

In een samenleving waarin we ernaar moeten streven niemand uit te sluiten, krijgt het binomiale van vertaaltoegankelijkheid een bijzondere relevantie om dit doel te bereiken. Studenten van de Master in Professionele Vertaling worden voor dit doel opgeleid, zowel vanwege de nichemarkt die het vertegenwoordigt voor afgestudeerden als vanwege het nut ervan voor de samenleving.

Innoveren voor toegankelijkheid: Gebarentaal aan de Faculteit Vertalen en Tolken (FTI) van de Universiteit van Genève

Wednesday, June 22nd, 2022

Auteurs: I. Strasly, P. Bouillon, M. Starlander & F. Prieto Ramos, FTI, Universiteit van Genève. (Vertaald vanuit het Engels en gereviseerd door Mouna Achhab en Tasha Van Elsen in het kader van Vertaalbureausimulatie, Master of Arts in het Vertalen, Vrije Universiteit Brussel)

Wat is toegankelijkheid en waarom is het belangrijk voor vertalers?

Toegankelijkheid gaat erom dat mensen met een handicap en/of met speciale behoeften op een gelijkwaardige manier kunnen deelnemen aan de samenleving. Het is een belangrijk aandachtspunt geworden voor moderne samenlevingen en heeft geleid tot de goedkeuring van nieuwe juridische bepalingen inzake non-discriminatie en gelijke kansen voor iedereen. In 2006 werd het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (UNCRPD) aangenomen. Dat werd het eerste bindende verdrag inzake mensenrechten waarin toegankelijkheid aan de orde kwam (zie Broderick 2020). Door het in 2014 te ratificeren heeft Zwitserland zich ertoe verbonden de volledige uitvoering ervan te waarborgen. Dit betekent dat overheidsinstanties ernaar moeten streven om toegankelijk te worden voor iedereen, inclusief mensen die Doof of slechthorend zijn. In Zwitserland bouwt dit voort op nationale wetgeving ter bevordering van toegankelijkheid, zoals de Zwitserse Disability Discrimination Act van 2002, waarin wordt gesteld dat communicatie toegankelijk moet worden.

Vertalers en tolken spelen een cruciale rol bij het slechten van taalbarrières, door bepaalde onderwerpen toegankelijk te maken buiten de culturen waarin ze geproduceerd werden (zie bijvoorbeeld Bernardini et al. 2020). In lijn met deze ontwikkelingen introduceerde de Faculteit Vertalen en Tolken (FTI) van Genève in september 2021 Franse gebarentaal in haar BA in meertalige communicatie. In 2023 zal daar Italiaanse gebarentaal aan toegevoegd worden. Deze innovaties zijn ontwikkeld in het kader van het Centrum voor Barrièrevrije Communicatie dat recent werd opgericht door de FTI en met financiële steun van de FTI, de Zwitserse Federatie van Doven en de Procom Foundation.

Waarom hebben we gebarentaal geïntegreerd in onze programma’s?

Bij het opzetten van dit programma hadden we twee hoofddoelen voor ogen: de integratie van Doven verbeteren door de toegankelijkheid van hun werkplek te optimaliseren en informatie toegankelijker te maken voor een breder publiek door communicatiespecialisten gebarentaal aan te leren. De nieuwe FTI-opleiding ondersteunt specifiek de toepassing van bovengenoemde wettelijke kaders, met name door het publiek meer bewust te maken van Doven, hun behoeften en hun cultuur. Bovendien zijn er niet genoeg tolken in gebarentalen om te voldoen aan de toenemende vraag in de Franstalige en Italiaanstalige regio’s van Zwitserland (zie ARCInfo 2018). Studenten opleiden die met gebarentaal kunnen werken in de communicatiesector, voorziet dus in de behoeften van de Zwitserse markt en draagt bij tot een meer toegankelijke samenleving.

Dit is de eerste universitaire opleiding die in Zwitserland een compleet curriculum in gebarentaal aanbiedt. Het doel is studenten een stevige basis te geven in onderwerpen die verband houden met gebarentaal, communicatie en technologie, zodat zij vervolgens hun academische weg kunnen vervolgen tot aan het doctoraatsniveau in vertalen, tolken of toegankelijkheid. Wij verwachten ook bij te dragen tot de ontwikkeling van nieuwe leermiddelen en het onderzoek in dit domein te bevorderen.

In totaal zijn er 11 nieuwe cursussen per taalcombinatie gemaakt. De studenten zullen ook worden opgeleid in gerelateerde vaardigheden op het gebied van toegankelijkheid en digitale vaardigheden. De meeste lessen worden gegeven door Doven. Dat helpt de universiteit toegankelijk te maken voor een meer diverse bevolking en stelt horende studenten in staat zich onder te dompelen in een omgeving waarin Doven centraal staan. Meer informatie over het programma en de toelatingsvoorwaarden vindt u op de webpagina’s die eraan toegewijd zijn: https://www.unige.ch/fti/fr/faculte/departements/dtim/enseignement/languesignes/

Daarnaast wordt een apart halftijds programma (Certificat complémentaire en langue des signes française /Aanvullend certificaat in de Franse gebarentaal) aangeboden aan kandidaten die een BA hebben in meertalige communicatie van de FTI (of een gelijkwaardige opleiding) en die de Franse gebarentaal aan hun talencombinatie willen toevoegen. Het curriculum en de toelatingsvoorwaarden zijn ook online beschikbaar: https://www.unige.ch/fti/fr/enseignements/certificats-complementaires/. Als je een diploma als vertaler hebt, waaronder Frans, kom je mogelijk in aanmerking.

Waarom hebben onze eerste studenten voor het programma gekozen?

Cindy: “Als professional die al meer dan 15 jaar in de culturele productie werkzaam is, was de coronacrisis voor mij een periode waarin ik veel vragen had, zoals dat waarschijnlijk voor de meeste culturele actoren het geval was. Wat moeten we doen als we niet langer als essentieel worden beschouwd en wanneer culturele locaties niet langer toegankelijk zijn? Hoe ziet de toekomst van de uitvoerende kunsten eruit na de lockdownperiode? Het was duidelijk geworden dat ik andere deuren moest openen en nieuwe carrièrekansen moest creëren. Deze BA leek me een geweldige manier om terug te keren naar de universiteit en me te kunnen openstellen voor andere opties met betrekking tot mijn toekomstige carrière.”

Sophia: “In Frankrijk zijn er weinig scholen die de studie van gebarentaal aanbieden en bijna geen enkele combineert een curriculum met het leren van andere talen. Als Franse burger bood de Universiteit van Genève mij de mogelijkheid om de Franse gebarentaal te blijven leren. Door te kiezen voor de Universiteit van Genève, weet ik zeker dat ik een opleiding op hoog niveau zal krijgen in het hart van een internationale stad en kan ik me voorbereiden op carrières die met zowel gebarentalen als met gesproken talen te maken hebben.”

Margaux: “Het idee van een vertaal- en tolkopleiding in gebarentaal intrigeerde me. Ik was nieuwsgierig om te zien hoe dat in zijn werk ging. Ik hou van het visuele aspect van deze taal: het leren van een gebarentaal ziet er heel anders uit dan het leren van een gesproken taal en omdat ik een nogal manueel en visueel persoon ben, had ik het gevoel dat het goed bij mij zou passen. Het is ook een taal die menselijk contact en uitwisseling met zich meebrengt, wat ik erg leuk vind. Ik zag mezelf niet werken in België, waar ik vroeger gestudeerd heb. Ik weet nog niet in welk land ik ga werken, maar ik wist wel dat ik gebarentaal wilde blijven leren om het bij mijn toekomstige job te kunnen betrekken.”

Chloé: “Wat heeft me overtuigd om me in te schrijven voor het programma van de Faculteit Vertalen en Tolken aan de UNIGE? Ten eerste omdat de opleiding wordt aangeboden door een universiteit en een faculteit waarvan bekend is dat zij tot de top behoren. Ten tweede maakt deze opleiding deel uit van een merkwaardig project, dat voornamelijk als doel heeft het aanleren van gebarentaal op universitair niveau weer op gang te brengen na een lange onderbreking. Toen ik over de oprichting van deze opleiding hoorde, heb ik de kans met beide handen gegrepen en ik ben heel blij dat ik aan dit initiatief kan deelnemen!”

Annick: “Dit is de enige opleiding die momenteel in Franstalig Zwitserland bestaat en die mij tot een toekomstige gebarentolk zou kunnen opleiden. Ook al is dat niet noodzakelijk mijn einddoel, het stelt me in staat gebarentaal op universitair niveau te studeren, d.w.z. meer diepgaand vanuit een taalkundig perspectief dan in de lessen die ik bij plaatselijke verenigingen volgde (de lessen waren ook goed, maar het tempo ligt nogal laag, omdat het aan een groter publiek moet worden aangepast).

Léa: “In januari 2021 ontving ik een e-mail waarin bekend werd gemaakt dat er een opleidingscursus gebarentaal zou worden georganiseerd en ik aarzelde niet om me in te schrijven. Ik kende de universiteit al omdat ik daar al had gestudeerd en ik sterk overwoog om gebarentaal te studeren. Ik wist dat deze instelling betrouwbaar was en dat ik zou genieten van een serieuze opleiding die ik later zou kunnen gebruiken op de arbeidsmarkt. Sinds het begin van het academiejaar vragen mensen mij vaak waarom ik gebarentaal leer, terwijl tijdens mijn vorige studies niemand mij ooit gevraagd heeft waarom ik Spaans wilde leren spreken. In beide gevallen werd ik echter gedreven door dezelfde wil om andere sprekers te begrijpen en een andere taal dan het Frans te spreken.

Chloé: “Ik heb ervoor gekozen om me in te schrijven voor de cursus gebarentaal die door de FTI wordt aangeboden, omdat ik graag een gebarentolk voor de Franse gebarentaal wil worden. Ik studeer ook vertalen (Italiaans, Engels en Frans), dus toen ik hoorde dat ik het certificaat voor gebarentaal kon halen, heb ik geen seconde getwijfeld! Nu kan ik alle talen studeren die nuttig zullen zijn voor mijn toekomstige job!

Referenties

ARCInfo. 2018. Langue des signes: manque d’interprètes pour les sourds en Suisse romande. Raadpleegbaar via: https://www.arcinfo.ch/articles/suisse/langue-des-signes-manque-d-interpretes-pour-les-sourds-en-suisse-romande-727130 [Laatst bekeken: 01.11.2021]

Bernardini, Silvia, et al. 2020. Language service provision in the 21st century: challenges, opportunities and educational perspectives for translation studies. In: Sijbolt Noorda, Peter Scott, Martina Vukasovic. Bologna Process beyond 2020: Fundamental values of the EHEA. Bononia University Press, 2020. pp. 297-303.

Broderick, Andrea. 2020. Of rights and obligations: the birth of accessibility. In: The International Journal of Human Rights, 24:4, 393-413, DOI: 10.1080/13642987.2019.1634556

Swiss Federal Council. 2002. Federal Act on the Elimination of Discrimination against People with Disabilities (Disability Discrimination Act, DDA). Raadpleegbaar via: https://www.fedlex.admin.ch/eli/cc/2003/667/en

United Nations. 2006. Convention on the Rights of Persons with Disabilities (CRPD). Raadpleegbaar via: https://www.un.org/development/desa/disabilities/convention-on-the-rights-of-persons-with-disabilities.html

Over (interculturele) communicatie als beroepsvaardigheid en vooruitzichten voor vertaalstagiairs

Tuesday, July 20th, 2021

Door Dr. Ludovica Maggi, onderzoeksmedewerker, directeur academische afdeling, Interculturele Communicatie en Vertaling, ISIT, Parijs.

(Vertaald vanuit het Engels door Kimberly Casier en gereviseerd door Nicolas Goossens in het kader van Vertaalbureausimulatie, Master of Arts in het Vertalen, Vrije Universiteit Brussel)

Januari 2014. Ik kwam voor het eerst in contact met ISIT in Parijs door een leeropdracht in technische vertaling, snel gevolgd door een opdracht webvertaling en nog een voor zakelijke vertaling.

Ik kwam hier met een samengestelde achtergrond, die soms een hinderpaal bleek (en blijkt) in een land waar consequent zijn vanzelfsprekend is en in bepaalde beroepsmilieus waar ervaring in niet-verwante domeinen eerder wordt beschouwd als een bewijs van verminderde bekwaamheid in het relevante domein dan als een bron van aanvullende vaardigheden, laat staan een toegevoegde waarde. Ik studeerde klassieke talen, specialiseerde me vervolgens in bedrijfsbeheer en communicatie en werkte in de internationale marketing, alvorens terug te keren naar de (moderne) talen en een nieuw academisch, toen professioneel avontuur te starten in vertalen en tolken, met nadruk op bedrijfs-, marketing en institutioneel discours.

Vanaf de eerste dag was het me duidelijk dat niemand bij ISIT het me ooit kwalijk zou nemen dat ik zoveel (inconsistente!) paden verkende. Ik had eerder het geruststellende gevoel dat ik me gevestigd had in een ongewoon ruimdenkend land, een plaats waar kruisbestuiving werd beschouwd als de meest natuurlijke sleutel tot succes in het onderwijs en op beroepsniveau.

Vijf jaar later leidde ik uiteindelijk het ISIT-masterprogramma Interculturele Communicatie en Vertaling. Sindsdien betekent dat voor mij: het omarmen en ontwikkelen – door middel van onderwijs, onderzoek en pedagogische technieken – van een visie op vertalen die geworteld is in (interculturele) communicatie.

Op Internationale Vertaaldag is deze post een essentieel, pretentieloos manifest over het voedende potentieel van (interculturele) communicatie voor vertaalopleidingen en -praktijken, zoals ik die heb leren waarderen en promoten binnen deze masteropleiding.

Communicatie voor vertaling of vertaling als communicatie

Bij ISIT hangt het motto “vertalen is communiceren” niet aan muren, want het zit rotsvast in het hoofd van elke student. Het wordt in de colleges Communicatie- en Vertaaltheorieën uitgedragen met het volgende memento: algemene communicatieprincipes vormen de basis van een geslaagde vertaling. Het voorwerp van vertaling is immers niet een reeks woorden, maar een hele communicatiesetting. In dit kader vormt het lineaire model communicator-boodschap-kanaal-ontvanger (met andere woorden: wie zegt wat via welk kanaal tegen wie) het vertrekpunt voor een kritische behandeling van bron- en doelteksten dat ook rekening houdt met gewenste effecten, mogelijke interferentie, ontvangst en feedback en zich uitstrekt tot de pragmatiek, met de fundamentele categorieën van de taalhandeling, context en performance, dat wil zeggen het volbrengen van een taalhandeling in zijn context (zie het cursusmateriaal van C. Durieux).  

Hier worden ook tekstualisering en discoursanalyse onder de loep genomen.

Geïnspireerd door de tekstuele linguïstiek (met name J.M. Adam), wil translationele tekstualisering de aandacht vestigen op de sleutelrol van verbondenheid in geschreven communicatie. Studenten worden gevraagd om structuur te geven aan de vertaling (D. Seleskovic/M. Lederer), niet alleen door in het algemeen de semantische consistentie en de linguïstische samenhang te reproduceren en in het bijzonder de articulatiemarkeerders te respecteren, de organisatie van tijd en ruimte en de logische connectoren, maar ook door de bronsegmenten te rangschikken in een functioneel doelnetwerk, waarin de formele architecturale keuzes een invloed hebben op de betekenisontvangst.  Naast het knippen, samenvoegen of verplaatsen van bronsegmenten kan dit ook inhouden dat er wordt ingegrepen in de interne volgorde van deze segmenten, om de focalisatie en de thematische progressie (bekend versus nieuw) af te stemmen op de verwachtingen van de doelsprekers en/of de canons van de doelgenres.

De discoursanalyse (D. Maingueneau, P. Chareaudeau) wordt aangewend om pragmatische inzichten uit te diepen en tegelijk de nadruk te leggen op het sociale aspect van de communicatie. Vertaalstudenten worden aangemoedigd om met haar theoretische categorieën rekening te houden bij het creëren van doelteksten waarin de algemene communicatieve functionaliteit wordt versterkt door het besef van de feitelijke buitentekstuele context waarin het discours wordt gebracht en ontvangen. Daartoe wordt met name gewezen op het belang van de sociale identiteit (kennis, deskundigheid, autoriteit van het communicatiesubject zoals erkend door de communicatiepartners) en van de discoursidentiteit (afstemming van discoursvorm en -inhoud op de sociale identiteit, inzet van een geslaagd contact met de partners en geloofwaardigheid voor het onderwerp). Daarnaast worden communicatiecontract, -situatie en -genre voorgesteld, respectievelijk als 1) een wederkerig begrip van betekenisconstructie, met interactie en beïnvloeding als de voornaamste doelstellingen van communicatie, 2) de sociale plaats waarin communicatie voorkomt, dat wil zeggen een specifiek praktijkdomein met specifieke rollen, relaties, doelstellingen en thema’s die eraan verbonden zijn, 3) een geheel van vormen en taalgewoonten die door een specifieke praktijkgemeenschap worden gedeeld. Ook worden communicatiedoelstellingen – zoals informatie, voorschrift, demonstratie of instructie – en discoursattitudes – zoals neutraliteit, engagement, verleiding, polemiek of dramatisering – aangehaald. Bovendien wordt de aandacht gevestigd op sociaal-discursieve denkbeelden, d.w.z. de onderliggende systemen van overtuigingen die vormgeven aan de inhoud van het discours en de intertekstualiteit stimuleren. Ook kritische discoursanalyse wordt besproken, waarbij gefocust wordt op thematische gebieden die verband houden met machtsdynamiek (T. Van Dijck).

Ten slotte wordt communicatie opnieuw in de cyclus opgenomen als een globaal pragmatisch kader, een systemisch netwerk van actoren, doelstellingen, strategieën en kanalen (politiek, bedrijfsleven, media, publieke opinie, het web …) waarin individuele communicatiehandelingen plaatsvinden en zinvol worden.

Vertalen voor communicatie of de vertaler als communicatieprofessional

Bij ISIT is communicatie niet alleen een theoretische achtergrond. Communicatie wordt beschouwd als een professionele sfeer, als de primaire receptieve omgeving van vertalingen. In die zin moet een vertaling niet alleen algemeen communicatief zijn, maar ook geschikt voor de communicatiedoeleinden van specifieke actoren: ondernemingen, merken, nationale instellingen en internationale organisaties, mediakanalen … Om deze uitdaging aan te gaan, worden de studenten opgeleid om de communicatieve functionaliteit op een gerichte manier te ontwikkelen: het prototypische “wie-zegt-wat-in-welk-kanaal-tegen-wie”-communicatieprincipe – aangevuld met discursief bewustzijn en een duidelijke visie op zakelijke, institutionele en mediacommunicatiepraktijken – dat zich dus vertaalt in een concrete analyse van de communicatiestrategieën, boodschappen, plannen, doelstellingen, toon en dragers van een potentiële klant in een bepaalde context, zowel in verband met zijn activiteit als zijn externe ecosysteem. De studenten krijgen met name te maken met CRS-verslagen, financiële communicatie, inhoud voor e-commerce, reclamemateriaal, parlementaire verslagen, persberichten, video-interviews, institutionele websites, sociale bewustmakingscampagnes, social media-accounts van stichtingen, ngo’s en publieke personen, technische (interne, B2B of B2C) documenten, wetenschappelijk voorlichtingsmateriaal voor het grote publiek, nieuwsartikelen …

Om beter te begrijpen waar het concreet om gaat in elke brontekst, wordt een grondige kennis van communicatiepraktijken verzekerd via een reeks “niet-vertaalgerichte” en interactieve cursussen: bedrijfsbeheer, bedrijfscommunicatie, digitale communicatie, communicatieplanning, marketing, webmarketing, analyse en constructie van webinterfaces, merkimago, gemeenschapsbeheer, internationale communicatie, crisiscommunicatie, persrelaties … Een aanvullende reeks hands-on schrijf- en vertaalworkshops (zoals webvertaling, vertaling van bedrijfscommunicatie, vertaling-communicatie-transcreatie, schrijven voor het web …) voorziet ruimte voor de studenten om te oefenen met vertalen voor communicatie, met specifieke aandacht voor discursieve stand en tekstuele ordening in doelteksten.

Gesterkt door hun communicatieve visie en vaardigheden, worden de studenten verzocht om zichzelf op de markt als boodschappers te zien en te positioneren. Zij werken immers samen met andere communicatieprofessionals en ondersteunen hen bij het bereiken van de doelstellingen van hun klanten. Bovendien delen zij met boodschappers een reeks werkmethoden en vereiste vaardigheden die ten volle rechtvaardigen dat zij in een gemeenschappelijke beroepscategorie worden ingedeeld. Net als boodschappers zijn vertalers verkenners van bronnen: vaak worden zij geconfronteerd met onderwerpen waarin ze geen expert zijn en weten ze hoe ze bronmateriaal snel moeten analyseren om een volledig inzicht te krijgen in de algemene context, de belangrijkste feiten, de belangrijkste dynamiek, de spelers en de doelstellingen waar het om gaat, alsmede de gespecialiseerde terminologie. Net als communicatoren leveren vertalers communicatiediensten: ze werken voor een klant, ze geven stem aan hun boodschap, ze hanteren woorden, teksten en genres om aan specifieke instructies bij communicatie-opdrachten te beantwoorden. Net als boodschappers zijn vertalers doelbewust: zij weten dat het discours van de klant zelden kan worden overgedragen omdat het is opgesteld binnen de “comfortzone” van de klant. Het wordt immers gekenmerkt door vakjargon en -begrippen, logische shortcuts en algemene denkpatronen die paradoxaal genoeg op de een of andere manier moeten worden afgezwakt opdat het brondiscours zo efficiënt door het doelpubliek kan worden ontvangen als de klant dat wenst.

Op basis van deze logica, kan men zelfs een radicalere “niet-vertaal”-conclusie trekken: zodra de stagiairs het nut van communicatie voor vertaling hebben ingezien, de missie van vertaling voor communicatie hebben begrepen en hebben ingezien dat zij zich inderdaad op een gelijk speelveld met communicatoren bevinden, kunnen ze de grote stap zetten en ervoor kiezen om na afstuderen hun loopbaan in het communicatiedomein voort te zetten. Bovendien komt er een aanzienlijk pluspunt bij op hun cv: talenkennis en brede taalvaardigheden die niet gebruikelijk zijn bij afgestudeerden in de communicatiesector en bijzonder gewaardeerd worden door organisaties die internationaal actief zijn. Banen waarbij schriftelijke (meertalige) communicatie een rol speelt – zoals sociale mediamanager, pr-specialist, persvoorlichter, redacteur, copywriter, contentmanager, SEO-specialist, lokalisatiemanager – komen in aanmerking, net als functies die niet specifiek op schrijven gericht zijn, of het nu gaat om gespecialiseerde functies – zoals eventmanager of webanalist – of eerder om allround functies – interne of externe communicatiemedewerker of key accountmanager, bijvoorbeeld. Meer strategische functies kunnen worden bekleed na enige jaren ervaring.

Een stap vooruit: interculturele communicatie

Eén sleutelwoord is tot nu toe tussen haakjes blijven staan: “intercultureel”. De kruisbestuivende relatie tussen vertaling en communicatie die ik hier heb proberen te schetsen, kan niet volledig worden geschetst zonder interculturaliteit in het beeld op te nemen.

Bij ISIT is communicatie immers niet zomaar communicatie, zij het in de zin van een discursieve praktijk of op professioneel niveau. Communicatie is in de eerste plaats intercultureel. Met andere woorden, het is diep verweven met interculturele studies: een netwerk van theorieën en benaderingen gericht op het beschrijven en begrijpen van de invloed van cultuur op een reeks verschijnselen, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, sociaal gedrag, bestuur en management, artistieke creatie, menselijke interactie, acties en communicatie in de internationale politiek en het bedrijfsleven. Dit netwerk draait rond verschillende polen, die ik voorlopig als volgt zal samenvatten: algemene theorieën over cultuur (culturele benadering); contrastieve studie van culturen op basis van beschrijvende categorieën (interculturele benadering); studie van de interactie tussen individuen en groepen die tot verschillende culturen behoren (interculturele benadering); managementkwesties toegepast op multiculturele teams; sociale en bestuurlijke kwesties in verband met de ontmoeting en het naast elkaar bestaan van verschillende culturele groepen.

Er moet één methodologische kanttekening worden gemaakt: cultuur mag niet uitsluitend beschouwd worden als iets dat verband houdt met nationale groepen (mits het bestaan van duidelijk afgebakende geografische of etnische clusters epistemologisch wordt erkend en/of aanvaard), maar moet veeleer worden beschouwd – nogmaals, sta mij toe hier een ruwe definitie te geven – als een geheel van kennis, waarden en praktijken die bijdragen tot de vorming van de mentaliteit van een individu of een groep en tot het bepalen van de wijze waarop deze de wereld begrijpt en met andere individuen en groepen interageert. In die zin kan cultuur verwijzen naar leeftijdsgroepen, beroepsgemeenschappen, clusters van consumenten, categorieën van doelpublieken voor informatie en communicatie …

Bij het ISIT worden de studenten in het vertalen-voor-communicatie bewust gemaakt van dit theoretisch kader en verzocht na te denken over de invloed van culturele factoren op communicatieacties zoals die door een subject worden geproduceerd en worden ontvangen door partners die niet dezelfde culturele achtergrond hebben. Dit geldt in het algemeen voor de communicatie-activiteiten van de bovengenoemde actoren (bedrijfsleven, instellingen, media …) en is van bijzonder belang voor het beheer van schriftelijke communicatie in vertaling. Meer expliciet: in communicatiehandelingen zijn taal, discours en tekstualiteit cultureel gemarkeerd. De studenten worden verzocht rekening te houden met de kloof die tussen productie en ontvangst kan ontstaan en in staat te zijn kritisch om te gaan met doelgerichte communicatieteksten om de communicatieve efficiëntie te herstellen. Daartoe worden ze opgeleid om interculturele agenten te erkennen en te ontwikkelen, d.w.z. zich bewust te zijn van de mogelijke culturele kloof tussen communicatiesubjecten en hun partners; de wederzijdse percepties van deze actoren en de mogelijke gevolgen van dergelijke percepties voor geproduceerde discours- en ontvangstpatronen te analyseren; hun eigen culturele vooringenomenheid te erkennen en vertrouwen te krijgen in hun eigen communicatieve actie als vertalers-voor-communicatie.

In die zin kunnen intercultureel en communicatief bewustzijn (ik zou zelfs zeggen competenties?) van vertalers actoren maken, hen bewust maken van hun onderscheidende waarde en hen helpen om zich te ontplooien op welke markt dan ook. Immers, als “vertalen communicatie is”, zou men kunnen denken aan een grote gedeelde professionele ruimte waar hybridisatie inderdaad de sleutel tot succes is.

Van Triëst naar Luxemburg … tijdens een pandemie

Tuesday, July 20th, 2021

Door Jasmine Mazzarello, stagiaire bij Blue Book, voormalig studente in Gespecialiseerd Vertalen en Conferentietolken aan de Universiteit van Triëst (Italië).

Vertaald vanuit het Engels door Kimberly Casier en gereviseerd door Nicolas Goossens in het kader van Vertaalbureausimulatie, Master of Arts in het Vertalen, Vrije Universiteit Brussel

2020 is waarschijnlijk niet het beste jaar om af te studeren en op zoek te gaan naar werk. Toen ik in december 2019 afstudeerde aan de universiteit van Triëst, maakte ik me al zorgen over het gebrek aan werkvooruitzichten voor jonge mensen, vooral met een achtergrond in geesteswetenschappen. Hoewel de pandemie de onzekerheid in Europa zeker heeft verergerd, heb ik tot nog toe positieve ervaringen opgedaan. Ik hoop dat deze bemoedigend kunnen zijn voor degenen die hun vertaalstudies afronden en worstelen om hun weg te vinden in deze steeds veranderende omstandigheden.

Ik ben afgestudeerd in Triëst met een Bachelor in Toegepaste Interlinguïstische Communicatie en een Master in Gespecialiseerd Vertalen en Conferentietolken. Tijdens deze periode heb ik specifieke vertaalvaardigheden opgedaan in verschillende sectoren, alsook een sterke taalkundige kennis, waarbij ik mij focuste op het Italiaans (mijn moedertaal) en mijn drie werktalen: Engels, Duits en Frans. Dankzij de structuur van de vertaalcursussen kon ik vanaf het begin met teksten werken die lijken op die van een echte werkomgeving. Bovendien hebben de regelmatige feedback en het groepswerk me geholpen om beter te worden in praktische projecten, na het bestuderen van de theoretische aspecten.

In mijn laatste jaar kreeg ik de kans om deel te nemen aan het Double Degree-project met de Monash University in Melbourne, Australië. Daar heb ik verschillende vaardigheden kunnen perfectioneren. Ik heb in het bijzonder gewerkt aan mijn vermogen om in zeer multiculturele omgevingen te werken. De diversiteit van Melbourne draagt sterk bij tot de vormgeving van de taalkundige diensten die beschikbaar zijn voor de bevolking en voor etnische minderheden, die tegenwoordig in bijna alle openbare diensten gebruik kunnen maken van vertalers en tolken. Het aanbod van de universiteiten kan niet anders dan deze realiteit weerspiegelen met verschillende opleidingen voor gemeenschapstolken (terwijl in Triëst de nadruk eerder ligt op conferentietolken) in de gezondheidszorg en in de juridische sector, met stages en werkaanbiedingen die bij deze opleidingstrajecten passen.

Hoewel Triëst op zijn eigen manier ook een kruispunt voor culturen is en misschien zelfs de meest multiculturele stad van Italië, Melbourne en Triëst waren voor mij de ideale plaatsen om te leren hoe mensen en gemeenschappen met elkaar verbonden kunnen worden, aangezien ik de kans kreeg om twee verschillende systemen te vergelijken en het beste uit elk systeem te halen.

Nadat ik naar Triëst teruggekeerd was om af te studeren, wilde ik mijn vertaalvaardigheden in een Europese context blijven aanscherpen. Ik heb dus gesolliciteerd voor het Blue Bookstage-programma van de Europese Commissie, die mij na selectie de mogelijkheid aanbood om te gaan werken bij de Italiaanse eenheid van het directoraat-generaal Vertaling, gevestigd in Luxemburg.

Het Blue Bookstage-programma, dat ik in juli voltooid heb, was een zeer leerrijke ervaring die mijn opleiding verrijkte en mij in staat heeft gesteld de vaardigheden die ik in Triëst had opgedaan op de proef te stellen.  Ik heb geleerd hoe ik verschillende tekstsoorten moet benaderen, efficiënt onderzoek moet verrichten en vertaalproblemen kan oplossen door mijn keuzes te verantwoorden. Het versterkte ook mijn taal- en digitale vaardigheden, die belangrijk zijn voor vertalers in de 21e eeuw. In de afgelopen maanden ben ik als professional aanzienlijk gegroeid, kreeg ik de verantwoordelijkheid voor vertaalprojecten, leerde ik voortdurend bij door de feedback van collega’s, ontwikkelde ik een detailgerichte aanpak en nam ik een kijkje achter de schermen van het directoraat-generaal Vertaling van de Europese Commissie. Hoewel het maar 5 maanden duurde, heeft mijn deelname aan de grootste vertaaldienst ter wereld mijn verlangen aangewakkerd om taalbarrières te blijven reduceren en bij te dragen aan het Europese project – dat dankzij vertalers en taaldienstverleners alle 24 officiële EU-talen spreekt.

Maar laten we niet vergeten dat er een pandemie gaande is …

De corona-uitbraak had onvermijdelijk gevolgen voor mijn stage bij de Commissie. Door de pandemie kon ik alleen de eerste twee weken op kantoor werken, daarna werd telewerken de norm. Nadat ik een paar collega’s leerde kennen en de belangrijkste instructies voor mijn taken had ontvangen, heb ik vier en een halve maand vanuit mijn gehuurde slaapkamer in Luxemburg gewerkt, wat een ongekende, stressvolle, uitdagende maar opbeurende ervaring bleek te zijn! Verhuizen naar een nieuw land en thuiswerken terwijl er een pandemie gaande is: zo had ik niet verwacht dat mijn EU-stage zou lopen.

Hoe absurd het ook lijkt, was er ook een positief gevolg van mijn stage. Ik heb namelijk de kans gekregen om van binnenuit mee te maken hoe de Commissie heeft gereageerd en vooral hoe het directoraat-generaal Vertaling en mijn eenheid zich aan de crisis hebben aangepast. De teksten die werden vertaald veranderden geleidelijk aan van onderwerp en gingen meer en meer over de pandemie, corona, de economische, sociale en werkgelegenheidsgevolgen en de onmiddellijke behoeften aan digitalisering. Om over dit alles te schrijven, werden nieuwe woorden gebruikt (bijvoorbeeld de naam van de ziekte zelf); de uitdaging bestond erin deze op consistente wijze te vertalen en te gebruiken in de Commissie en in de andere EU-instellingen. Naast het feit dat het buitengewoon interessant was om dit proces te observeren, heb ik de workflow binnen het DG en ook algemene EU-kwesties, zoals de groene en digitale overgangen, beter kunnen leren begrijpen.

Om voor de hand liggende redenen is het geven van enig professioneel advies nu uiterst ingewikkeld geworden. Ik ben er echter van overtuigd dat mijn generatie erin zal slagen de uitdagingen van de crisis in de gezondheidszorg aan te gaan, mede dankzij de EU, en alles in het werk zal stellen om in heel Europa kwaliteitsonderwijs en nieuwe beroepservaring te blijven voorzien. Tijdens een wereldcrisis als deze is het van cruciaal belang de rol te benadrukken van de Unie en van de samenwerking tussen professionals die informatie in de desbetreffende doeltaal op grote schaal beschikbaar maken. Evenzo is een kwaliteitsopleiding voor het verlenen van taaldiensten van cruciaal belang, zoals die wordt aangeboden aan de prestigieuze universiteit van Triëst en aan alle EMT-universiteiten. Net die universiteiten stellen ons in staat verenigd te blijven en zelfs de meest complexe en ongekende uitdagingen aan te gaan, zoals de uitdaging die ons nu voorgeschoteld wordt.

Categories

EMT map 2019-2024